Dit artikel is ook te downloaden als Word document: klik.

Correspondentie met het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP)

E-mail Tellegen aan CBP E-mail Tellegen aan CBP Antwoord CBP Antwoord CBP Commentaar Tellegen Commentaar Tellegen



E-mail van Tellegen aan het CBP: info@cbpweb.nl


Groningen, 10-12-2007

Geachte heer/mevrouw,

In correspondentie met ouders en psychologen maakt het NIP (beroepsvereniging van psychologen) cq. de COTAN (testafdeling NIP) bekend dat psychologen verplicht zijn op verzoek van cliënten een kopie van het testmateriaal/opgaven aan hen ter beschikking te stellen.
Volgens een artikel in "De Psycholoog" van prof. W.K.B. Hofstee van november 2007 zou het hierbij ook niet nodig zijn om toestemming te vragen aan de uitgever. Dit alles zou het gevolg zijn van richtlijnen van het CBP en gebaseerd zijn op de wet bescherming persoonsgegevens.

Ik verbaas me hierover aangezien de mogelijkheid dat testmateriaal op grote wijze wordt verspreid, als consequentie heeft dat deze tests niet meer bruikbaar zijn. Als psycholoog en als auteur van diverse intelligentietests vind ik dit een zorgelijke ontwikkeling.
In een telefonisch gesprek met mevrouw de Visser van het NIP verwees ze mij voor meer informatie naar het CBP en met name naar mevrouw Munster waarmee het overleg tussen CBP en NIP had plaatsgevonden.

In het telefoongesprek dat ik vanochtend had met het CBP bleek dat vermoedelijk iemand anders nu haar taken heeft over genomen. Ik wil graag met spoed contact opnemen met degene die hier meer van weet. Ik zou graag weten op grond van welke wetsartikelen, dan wel op grond van welke schriftelijke verklaringen van het CBP afgeleid kan worden dat personen die een psychologische test hebben gemaakt, recht hebben op een KOPIE van het testmateriaal, en ten tweede of daarbij voorbijgegaan kan worden aan het auteursrecht en de bepalingen in de koopovereenkomst met de uitgever.
Overigens betekent het bovenstaande niet dat ik bezwaar heb tegen inzagerecht van de cliënt/ouders. Dit is ook veelal praktijk maar dan onder toezicht van de persoon of instelling die de test heeft afgenomen.

Aangezien door de handelwijze van het NIP de waarde van de tests nu al wordt ondergraven en mogelijkerwijs psychologen worden aangezet tot het plegen van strafbare handelingen, hoop ik dat u mij op korte termijn wilt informeren.

Met vriendelijke groet,

Dr.
Peter Tellegen

Universitair docent RuG

Heymans Instituut
Groningen


Antwoord van het CBP


CBP kenmerk: e2007-0306

Den Haag, 18 december 2007

Geachte heer Tellegen,

U heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) enkele vragen gesteld over de toegankelijkheid van psychologisch testmateriaal.
Aangezien het CBP onvoldoende op de hoogte van het Auteursrecht zal het bij de beantwoording van uw vraag beperken tot de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
Voor de beantwoording van uw vragen die betrekking hebben op het Auteursrecht verwijst het CBP u naar een juridisch adviseur.
In augustus 2005 heeft het CBP voor het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) het onderwerp ‘ruwe testgegevens’ nader uitgewerkt. In onderstaande tekst vindt u een uitwerking van het onderwerp ‘ruwe testgegevens’.
Onder ruwe testgegevens werd in dit kader verstaan de testvragen met de daarbij behorende antwoorden van een cliënt. De antwoorden zijn niet zonder meer los te koppelen van de testvragen. Ingevolge artikel 2, lid 1, Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is de wet van toepassing op de geheel of gedeeltelijke geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede de niet geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om in een bestand te worden opgenomen. De door een cliënt ingevulde test hangt zo nauw samen met het bestand/dossier van een bepaalde cliënt dat deze gegevens geacht moeten worden onderdeel uit te maken van het dossier. Het feit dat de testgegevens elders zijn ondergebracht en derhalve fysiek geen onderdeel uitmaken van het dossier maakt dit niet anders.
Op grond van artikel 35 Wbp heeft de betrokkene recht op inzage in zijn persoonsgegevens. Ingevolge de Wbp kan inzage alleen worden geweigerd op grond van artikel 43 Wbp. In het geval van ruwe testgegevens zou de enige denkbare grondslag het gestelde onder artikel 43, sub e zijn, te weten de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Een beroep op een beperking vereist een gedegen en op het specifieke geval gerichte onderbouwing. Deze onderbouwing dient uiteraard te worden verstrekt door degene die zich beroept op de beperking. De algemene stelling dat de ruwe testgegevens nimmer mogen worden ingezien, is in het licht van het bovenstaande niet houdbaar.
Zowel in de Memorie van Toelichting van de Wbp als in artikel 35 Wbp staat niet expliciet aangegeven dat een verantwoordelijke een kopie van het dossier moet verstrekken aan de betrokkene. In het verleden heeft het CBP uitspraken gedaan over de reikwijdte van het inzage recht, inzake de Dexia zaak. Hierbij heeft het CBP aangegeven dat een betrokkene het recht heeft op volledige kennisneming van de over hem verwerkte gegevens, dat wil in de praktijk zeggen een afschrift. Het CBP verwijst u hierbij naar een mededeling van 9 september 2004 ‘Praktische uitwerking inzagerecht bij Dexia’. De mededeling kunt u vinden op de internetsite van het CBP (www.cbpweb.nl) onder het kopje ‘Nieuws en publicaties’.
Gezien het feit dat het CBP en Dexia een verschil van mening hadden, omtrent de reikwijdte van het inzagerecht en er geen eenduidige uitleg wordt gegeven in de Wbp, is deze zaak voorgelegd aan de rechter. Inmiddels heeft de Hoge Raad zich over de reikwijdte van het inzage recht zoals genoemd in artikel 35 van de Wbp gebogen. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 29 juni 2007 het CBP hierbij zijn gelijk gesteld.
In het telefoongesprek van 17 december 2007 heeft u gevraagd of u de betrokkene een verklaring kan laten ondertekenen dat het dossier niet aan derden verstrekt mag worden. Een betrokkene heeft recht op inzage in zijn eigen gegevens, indien hij zijn gegevens verkregen heeft mag hij zelf bepalen wat hij met zijn gegevens doet. De testvragen zonder de antwoorden van de betrokkene zijn in de zin van de Wbp geen persoonsgegevens. Voor de beantwoording van uw vraag of u een betrokkene een verklaring kan laten ondertekenen dat de testvragen niet aan derden verstrekt mogen worden, verwijst het CBP u naar een juridisch adviseur.
Het CBP vertrouwt erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,
Namens het College bescherming persoonsgegevens,

Mw. E. Mosterd
Medewerker Front Office


Commentaar van Tellegen

De e-mail van het CBP is zeer opmerkelijk:

Het CBP verklaart dat zij onvoldoende afweet van het Auteursrecht om dit aspect te betrekken bij de beantwoording van de vraag of daaraan kan worden voorbijgegaan indien men kopieën van het testmateriaal wil verstrekken. Aangezien vrijwel alle in Nederland gebruikte tests auteursrechterlijk zijn beschermd is dit een essentieel aspect. Feitelijk geeft het CBP hiermee aan dat zij niet in staat is om te oordelen of kopieën moeten/mogen worden verstrekt.

Het is het CBP niet duidelijk of testvragen zijn los te koppelen van de antwoorden en daarom tot het dossier behoren. Enerzijds meent men van wel. Anderzijds wordt gesteld dat de testvragen zonder de antwoorden van de betrokkene in de zin van de Wbp geen persoonsgegevens zijn.

Het CBP attendeert op het feit dat inzage kan worden geweigerd indien daarmee de rechten en vrijheden van anderen worden geschonden. Dat dit het geval is (en dat ook grote schade wordt veroorzaakt) zal niet moeilijk zijn aan te tonen. Hofstee stelt wel een aantal maatregelen voor die het risico op bekend wording van het materiaal moeten verkleinen, maar geeft zelf aan dat deze maatregelen geen garantie bieden tegen misbruik. Bovendien zijn deze maatregelen voor een deel juridisch niet toelaatbaar. De psycholoog kan namelijk niet bepalen wat de cliënt met zijn persoonsgegevens doet. Overigens adviseert de COTAN al kopieën ter beschikking te stellen zonder dat de door Hofstee geadviseerde maatregelen uitvoerbaar zijn

Uit de correspondentie blijkt dat het CBP al enkele jaren geleden als haar mening heeft gegeven dat mogelijk kopieën van het testmateriaal zouden moeten worden verstrekt. Toch is dit standpunt door het NIP niet naar buiten gebracht en is men een openlijke discussie hierover uit de weg gegaan. Door Hofstee wordt wel gesteld dat het NIP zich tot het uiterste heeft verzet tegen de visie van het CBP maar men heeft verzuimd contact op te nemen met uitgevers en andere betrokkenen en men heeft blijkbaar ook verzuimd om aan te tonen dat hiermee de rechten van anderen, auteurs en uitgevers, worden geschonden. Als men zich werkelijk had willen verzetten was het natuurlijk logisch geweest om in deze belangrijke zaak het oordeel van de rechter te vragen. Pas in november 2007, in het artikel van Hofstee in De Psycholoog, wordt duidelijk welke consequentie het NIP verbindt aan de wijziging van de beroepscode. Het lijkt er echter op dat de leden niet zijn voorgelicht over deze consequenties. Pas een half jaar nadat de nieuwe beroepscode door de leden is goedgekeurd, wordt voor het eerst publiek gemaakt dat dit inhoudt dat de cliënt recht heeft op een kopie van het testmateriaal. Hierbij stelt Hofstee onmiddellijk dat dit recht op afschrift niet meer ter discussie staat. Aangezien het hier niet een wettelijke verplichting betreft maar een verplichting die volgens de COTAN getrokken dient te worden uit de wijziging van de beroepscode, staat de leden van het NIP niets in de weg om deze interpretatie wel ter discussie te stellen en zo nodig de beroepscode aan te passen.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests