Deze nieuwsbrief is ook te downloaden als Word document: klik.

Nieuwsbrief # 14




4 juli 2011

redactie: Peter Tellegen

Heymans Instituut
Rijksuniversiteit Groningen

Geachte lezer,

In deze nieuwsbrief vindt u de volgende onderwerpen:

  • Aanpassing van het Flynn-effect in de SON-tests,

  • De relatie van de SON-R 6-40 met onderwijssucces,

  • Verlenging kortingsactie bij bestelling van de SON-R 6-40 (de kortingsactie met gratis handleiding is verlengd tot 15 juli).

Aanpassing van het Flynn-effect in de SON-tests

Bij het normeringsprogramma van de SON-tests wordt automatisch met IQ* een indicatie gegeven van het Flynn-effect. Hierbij wordt verondersteld dat de veroudering van de normen drie IQ-punten per tien jaar bedraagt.
Bij het valideringsonderzoek van de SON-R 2,5-7, echter, bleek uit vergelijking van het SON-IQ met IQ-scores op andere intelligentietests dat het Flynn-effect waarschijnlijk kleiner is, althans nu in Nederland.
Uit vergelijkend onderzoek met de WISC-III-NL en de WISC-R, waar ongeveer 20 jaar tussen de normeringen zat, was het verschil in gemiddelde scores 4,5 punten. Bij het valideringsonderzoek van de nieuwe WISC-Non-Verbal (WNV) zijn 169 personen getest met de WNV en met de SON-R 5,5-17. Opmerkelijk genoeg was de gemiddelde score op de WNV een half IQ-punt hoger dan het SON-IQ terwijl de normen van de SON-R 5,5-17 meer dan twintig jaar ouder zijn en de SON-scores in verhouding dus eerder zes punten hoger zouden moeten zijn.
Om het Flynn-effect voor de SON-tests beter na te kunnen gaan, is in het kader van de validering van de SON-R 6-40 een onderzoek uitgevoerd bij 100 leerlingen van groep 5, 6 en 7 van een basisschool. Bij de helft van de leerlingen is de SON-R 6-40 afgenomen en bij de andere helft de vier corresponderende subtests van de SON-R 5,5-17. Na ongeveer tien weken werd dat omgedraaid en werd bij iedere leerling de andere test afgenomen.
Het Flynn-effect, het gemiddelde verschil tussen de scores, bedroeg 5,3 punten. Aangezien het verschil tussen het tijdstip van de normeringen 25 jaar bedraagt komt dit overeen met een Flynn-effect van 2,1 IQ-punt per tien jaar. Op grond van deze resultaten en de hiervoor genoemde uitkomsten van ander onderzoek zal bij het nieuwe computerprogramma van de SON (versie 5.1) dat samen met de SON-R 6-40 zal verschijnen, voor de schatting van het Flynn-effect worden uitgegaan van twee IQ-punten per tien jaar in plaats van drie IQ-punten per tien jaar. Dit geldt dan voor de SON-R 2,5-7, de SON-R 5,5-17 en de SON-R 6-40.


De relatie van de SON-R 6-40 met onderwijssucces

In het stuk “De SON-R 6-40: stand van zaken”, kon nog niet worden ingegaan op de samenhang van de test met schoolprestaties.
Hier volgen de belangrijkste uitkomsten. Om deze onderling beter vergelijkbaar te maken zijn alle correlaties gecorrigeerd voor ‘restriction of range’.

De IQ-scores van de SON-R 6-40 vertonen een duidelijke samenhang met onderwijsniveau, schoolloopbaan en rapportcijfers. De mate waarin deze aspecten gezamenlijk de variatie in intelligentiescores verklaren, is onderzocht voor de leeftijdsgroep van 6-11 jaar en de groep van 12-16 jaar. De (extra) bijdrage aan de verklaarde variantie is bepaald voor achtereenvolgens onderwijstype, schoolloopbaan en rapportcijfers.
Bij de basisschool zijn onderwijstype en schoolloopbaan relatief minder belangrijk, maar de rapportcijfers voegen veel toe. De multipele correlatie bedraagt .64 (N=383).
Bij het voortgezet onderwijs is juist het onderwijstype het meest van betekenis en voegen rapportcijfers in mindere mate toe. De multipele correlatie bij het voortgezet onderwijs is .72 (N=313). Deze multipele correlaties zijn aanzienlijk hoger dan bij de SON-R 5,5-17 waar zij respectievelijk .57 en .63 waren.
Wanneer bij rekenen en taal de correlaties vergeleken worden dan is in drie gevallen de correlatie met rekenen hoger en in twee gevallen is de correlatie met taal iets hoger.

De multipele correlaties met de onderwijscarrière zijn .64 en .72. De correlatie met de som van een aantal toetsen van het leerlingvolgsysteem is .70 (N=179) en de correlaties met de CITO-entreetoets en de CITO-eindtoets zijn .73 (N=45) en .66 (N=113). Dit betekent dat de samenhang met schoolsucces rond de .70 ligt.

De SON-R 6-40 komt inhoudelijk niet overeen met datgene wat op school wordt geleerd. Kennis van taal en rekenen komen bij de SON-tests niet aan bod. Dat de correlaties met de leerprestaties zo hoog zijn geeft aan dat de niet-verbale SON-R 6-40 toch een zeer goede indicatie geeft van het leervermogen.

In een kleinschalig onderzoek bij leerlingen met een communicatieve en/of auditieve beperking bij het VSO cluster 2 is de correlatie van de SON-R 6-40 met rapportcijfers wiskunde en Nederlands en cito-toetsen rekenen en begrijpend lezen vergeleken met de NIO-totaalscore en het WISC-III totaal IQ. Bij zes van de acht vergelijkingen was de correlatie van het SON-IQ met de onderwijsprestaties hoger.


Verlenging kortingsactie

De SON-R 6-40 verschijnt 1 september 2011. Wie nu deze test bestelt ontvangt gratis de complete handleiding die uit drie delen bestaat. Dit aanbod gold tot 1 juli maar is verlengd tot 15 juli. Bezoek hiervoor de bestelpagina van Hogrefe).


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests