Deze nieuwsbrief is ook te downloaden als Word document: klik.

Nieuwsbrief # 3

===================================================================
9 juni 2004

redactie: Peter Tellegen

===================================================================
In deze nieuwsbrief aandacht voor:

- de COTAN-beoordeling van de NIO
- de problemen rond indicatiestelling
- het antwoord op de kritiek op de WISC-III

===================================================================

De COTAN-beoordeling van de NIO

De Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau, de NIO (Van Dijk & Tellegen, 2004) is door de COTAN zeer positief beoordeeld. Voor de normering is het oordeel 'voldoende' en voor alle andere aspecten is het oordeel 'goed'.
De beoordelaars concluderen: "Zorgvuldig ontwikkelde en beschreven test." Men vindt echter dat de normgroepen te sterk regionaal zijn bepaald.
Het volledige commentaar van de beoordelaars en de reactie daarop van de auteurs is te vinden op deze site.

De NIO is besproken in de adviescommissie van de RVC-VO. Men kan erop vertrouwen dat de NIO wordt opgenomen in de lijst van toegestane instrumenten die eind juli door het ministerie van OCenW wordt gepubliceerd.

Indicatiestelling

Een aantal psychologen van de Sectie Onderwijs van het NIP hebben het initiatief genomen om een nota op te stellen waarin bezwaren tegen de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot indicatiestelling en leerlinggebonden financiering kenbaar worden gemaakt (contactadres: monique@brinksma.com).

In het kader daarvan is door ons een artikel geschreven waarin wordt ingegaan op de verschillende meettechnische beperkingen die het onverantwoord maken aan de IQ-score een absolute betekenis toe te kennen.

In dit artikel, De waan van "het" IQ, wordt de volgende conclusie getrokken: "Het eerste wat een psycholoog zou moeten vertellen als hij of zij de uitkomst van een intelligentietest meedeelt, is dat de IQ-score er ver naast kan zitten. Afwijkingen tot 10 punten naar boven en naar beneden zijn normaal en afwijkingen van 10 tot 20 punten komen zo frequent voor dat de kans daarop bij de interpretatie van de uitkomst een belangrijke rol dient te spelen."
Op de website is de rubriek Diagnostiek geopend waar dit artikel is te vinden.

In dezelfde rubriek Diagnostiek zijn verder nog de volgende nieuwe artikelen opgenomen:
Van Gerard Brouwers: Zogenaamde Classificerende Diagnostiek als opmaat naar bureaucratie en gesjoemel, dat vorig jaar is verschenen in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek en een lezing die hij onlangs heeft gehouden op het SIMEA-congres: Instrumentele diagnostiek en het kind als machientje: een kritiek.
Een andere bijdrage vanuit de praktijk is van de orthopedagoog Johan Woudenberg: Rugzak of Aapje?

Kritiek op de WISC-III beantwoord

Eindelijk is het stilzwijgen van de auteurs van de WISC-III met betrekking tot de kritiek op deze test doorbroken. In een boek dat dit voorjaar is verschenen stelt Wilma Resing dat de kritiek overdreven was; dat de normgroep van de WISC-III representatief is en dat de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid hoog is. Het is niet meer dan fair dat Tests en Test-research, na alle kritiek die is geleverd, aan deze bevindingen aandacht besteed.
Dat gebeurt dan ook in het artikel Critici van de WISC-III in het ongelijk gesteld.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests