Problemen met de NDT Problemen met de NDT SPAM van de NDT auteurs SPAM van de NDT auteurs Kwaliteit NDT ter discussie Kwaliteit NDT ter discussie .


Deze opmerkingen over de NDT verschenen eerder in Nieuwsbrief 9
van Tests & Test-research
dd.
25 februari 2005.

Problemen met de NDT

Peter Tellegen

Tests & Test-research

De NDT (Nederlandse Differentiatie Testserie) heeft een nieuwe normering voor groep 8 van het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. Er worden verschuivende normen toegepast zodat de test gedurende het gehele schooljaar kan worden afgenomen. De COTAN heeft deze nieuwe normering als 'voldoende' beoordeeld. Ongetwijfeld is het werken met verschuivende normen een belangrijke verbetering. In de handleiding van de NDT-2004 ontbreekt echter vrijwel alle informatie die nodig is om de kwaliteit van de normering te kunnen beoordelen. Het is daarom niet duidelijk hoe de COTAN tot haar oordeel heeft kunnen komen.

In de praktijk wordt geconstateerd dat de uitkomsten op de NDT weinig valide lijken. Dit is voor de RVC-VO reden geweest om de NDT dit jaar voor het laatst toe te staan. Door de nieuwe normering zijn deze problemen niet opgelost. Uit de handleiding van de NDT blijkt ook dat de NDT-scores van leerlingen die bij het RVC-VO worden aangemeld een opvallend grote spreiding in scores hebben, hetgeen sterk afwijkt van andere tests en wat moeilijk valt te verklaren.

Afgezien van de normering is er het probleem dat de NDT door de selectie en weging van subtestscores die gebruikt worden voor de berekening van het IQ, een IQ-score heeft die vrijwel geheel wordt bepaald door de verbale onderdelen. De twee verbale onderdelen krijgen een gemiddeld gewicht van .40. De drie andere onderdelen hebben een gemiddeld gewicht van .175. Dit betekent dat deze test die juist bedoeld is voor het VMBO, met relatief veel allochtone leerlingen, óf niet bruikbaar is voor een belangrijk deel van de schoolpopulatie, óf wel gebruikt gaat worden bij leerlingen met anderstalige achtergrond en dan bijdraagt aan de achterstelling van allochtone kinderen.

Bij de NIO en soortgelijke tests doen dergelijke problemen zich ook voor maar in mindere mate omdat de taalcomponent minder domineert. Bij de NIO wordt dit probleem bovendien onderkend en wordt middels de onderzoeksresultaten de mogelijkheid geboden hiervoor te corrigeren. Bij de NDT wordt het probleem tot nu toe echter niet erkend. In discussies wordt naar voren gebracht dat de test geschikt zou zijn voor allochtonen omdat er geen sprake is van item-bias. De conclusie dat de NDT geschikt is voor allochtonen kan uit dergelijke analyses niet getrokken worden aangezien het probleem zich voordoet op (sub)test niveau.
Uit het onderzoek met de NIO blijkt dat verbale intelligentietests niet alleen de intelligentie van allochtone leerlingen onderschatten, maar dat ook het onderwijsniveau dat deze leerlingen aankunnen wordt onderschat.
Nu testscores de onderwijskeuze steeds meer gaan determineren, bestaat het risico dat het opleidingsniveau van allochtone kinderen als gevolg van onjuist testgebruik de komende jaren verder achterop raakt. Soms wordt naar voren gebracht dat het juist rechtvaardig is om allochtone en autochtone kinderen op dezelfde wijze te testen. In feite echter worden deze twee groepen niet op dezelfde wijze getest maar is er sprake van discriminatie: de intelligentie van de ene groep wordt bepaald middels kennis en vaardigheid in de moedertaal terwijl bij de andere groep het oordeel wordt gebaseerd op kennis en vaardigheid met betrekking tot een later aangeleerde taal.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests