Intelligentietests voor jonge kinderen Intelligentietests voor jonge kinderen Bespreking: Intelligentie, weten en meten Intelligentie: weten en meten Diagnostiek bij onderwijs en indicatiestelling Diagnostiek onderwijs en indicatiestelling
Zin of onzin van de kleutertoets Zin of onzin van de kleutertoets Zogenaamde Classificerende Diagnostiek Zogenaamde Classificerende Diagnostiek Rugzak of Aapje? Rugzak of Aapje?
Het kind als machientje Het kind als machientje De waan van het IQ De waan van het IQ Diagnosten in spagaat Diagnosten in spagaat
Kinderen met dyslexie onderschat Kinderen met dyslexie onderschat IQ en onderwijs, twee NRC artikelen IQ en onderwijs, twee NRC artikelen Tests onzuiver belicht Tests onzuiver belicht


Dit artikel is ook te downloaden als Word document: klik.

Rugzak of Aapje?

Johan Woudenberg

januari 2004

Het rugzakje blijkt vooralsnog een aapje dat van de ene naar de andere rug springt

Op 21 januari vergadert de Tweede Kamer over de gevolgen van de wet van 28 november 2002, die onder meer de leerlinggebonden financiering, het rugzakje, bij wet regelt.
De kamerleden van SP en PvdA hebben in nauw overleg met mensen uit het werkveld de minister enkele schriftelijke vragen voorgelegd. Eén van de vragen aan mevrouw de minister is of zij op de hoogte is van de grote knelpunten die zich voordoen voor orthopedagogen en psychologen in de uitvoering van de indicatie van en met name de herindicatie binnen de REC’s.

Dit/deze ingezonden artikel/brief is bedoeld om de hier genoemde problematiek onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Onze politieke vertegenwoordigers kunnen er dan hopelijk niet meer omheen dat met de invoering van ‘het rugzakje’ ook kwalijke neveneffecten voor ouders, kinderen, leerkrachten en onderwijsbegeleiders zijn binnen geslopen die om een zorgvuldige heroverweging van eerder genomen besluiten vragen.

De leerlinggebonden financiering, het rugzakje, is de afgelopen jaren voortdurend aan ons gepresenteerd als een instrument waardoor ouders meer verantwoordelijkheid en keuzevrijheid zouden verkrijgen en waarmee het mogelijk zou worden dat kinderen met een handicap, belemmering of beperking hun onderwijs zouden kunnen inkopen bij een REC-school, een school voor speciaal onderwijs, of bij een reguliere school met ondersteuning vanuit een REC, een regionaal expertisecentrum.
Zo op het oog, zeker vanuit een emancipatiestreven, een mooie gedachte. Weg met de betutteling! Ouders zijn in de eerste plaats verantwoordelijk! De arrogantie van de scholen die het allemaal beter menen te weten dan ouders, moet plaats maken voor een zorgvuldig verantwoord onderwijsaanbod. Een soort contact, vastgelegd in een handelingsplan, moet garanties geven dat de school dat biedt wat is overeengekomen.

Hiertegen durft nauwelijks iemand hardop bezwaar te maken. Immers betutteling is uit den boze. Daarom hebben mijn vakgenoten, orthopedagogen, misschien hun zorg over deze ontwikkelingen niet durven uitspreken. Als je hardop zegt dat veel ouders in ieder geval aanvankelijk onvoldoende zijn toegerust om de keuzes zonder een beetje hulp te maken begeef je je op zeer glad ijs. Iedereen kan echter invoelen dat het hebben van een kind met een handicap over het algemeen niet zelf verkozen is. Dat de meeste ouders een gewone kinderwens hadden en zich niet hebben voorbereid op het omgaan met de hulpvragen die zich aandienen als het kind door wat voor oorzaak anders is dan zij verwachtten en hoopten.

Het aapje op de rug van de ouders

Ouders worden onder de nieuwe regelgeving in een verantwoordelijke positie gezet. Terwijl het lijkt alsof de samenleving in de persoon van de overheid zich dienstbaar opstelt en een scala van mogelijke hulp- en onderwijsmogelijkheden in de schappen legt. Als je een kind hebt dat extra zorg of aangepast onderwijs nodig heeft kun je het melden bij een indicatieorgaan. Is de indicatie eenmaal rond, dan kun je zorg of onderwijs gaan inkopen.

Is dit een verbetering? Was het nodig dat er nieuwe mogelijkheden werden geschapen? Ik denk het wel. Onderwijs en zorg heeft zich in de afgelopen eeuw ontwikkeld vanuit een liefdadig aanbod naar een recht. We moeten ouders en kinderen serieus nemen in hun wensen en vragen. Ons schoolsysteem werkt in een heleboel facetten selectie en segregatie in de hand. In andere landen en culturen is het veel gewoner om samen naar school te gaan. We moeten mensen niet indelen op hun beperkingen en handicaps, maar kijken naar hun mogelijkheden en behoefte aan instructie. Als er speciale zorg of instructie nodig is dan is het een grondrecht dat de persoon dat kan krijgen.

Wat is dan op dit moment de reden voor een noodkreet? Waarom dan deze ontwikkeling niet een tijd lang de kans geven?

Ideeën kunnen goed zijn terwijl de uitvoering onvoorziene effecten kan hebben. Eerder noemde ik al de toerusting van ouders op het maken van verantwoorde keuzes. Om in aanmerking te komen voor hulp moet er eerst een lange weg worden gelopen.
Bij de uitvoering van de nieuwe wet is ook de financiering geregeld. Er is een aantal faciliteringsregelingen geweest in het proces van “REC-vorming”.
De laatste regeling, die waar we het nu mee moeten doen, geeft een REC de middelen om een loket in te richten waar ouders van een gehandicapt kind zich kunnen melden. Veelal betekent dit dat er enkele medewerkers, zoals een ambtelijk secretaris of een maatschappelijk werkende, in dienst kan worden genomen om de ouders door de indicatieprocedure te loodsen. Daarna zijn de financiële middelen wel uitgeput.

De indicatiecriteria zijn enkele malen door en door uitgeprobeerd. Zelf heb ik meegedaan aan de proef op de indicatiestelling in het voorjaar van 2001 door als orthopedagoog zitting te nemen in een proef-indicatiecommissie. Een groep van wijze mensen, de TCAI, later omgedoopt tot LCTI, heeft in een uitvoerig rapport de indicatiestelling en de instrumenten die daarbij mogen worden toegepast, aan het werkveld verstrekt. In het hele traject is steeds uitvoerig overleg geweest met het werkveld. Wat echter wel opviel was de vasthoudendheid waarmee koste wat kost steeds opnieuw een datum, een mijlpaal, moest worden gehaald. Hierdoor is er een regelgeving afgedwongen terwijl de wetenschappelijke discussie over de wenselijkheid van indicatiestelling op afstand en de scheiding tussen indicatiediagnostiek ofwel toelaatbaarheidsbepaling en handelingsgerichte diagnostiek nog volop wordt gevoerd. (onder meer in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, maart 2003 en september 2003). Het kwam de ambtenaren van het ministerie echter wel goed uit dat een groep wijze mensen (waaronder prof. Dr.L.Stevens, Prof. Dr. Berckelaer-Onnes e.a.) zich aan het proces heeft verbonden. Dat dit voor de individuele wetenschappers wellicht een deelname was ‘om erger te voorkomen’ is niet terug te vinden in het lijvige rapport.

Het aapje naar de scholen

De gevolgen van het rapport zijn echter wel dat we in cluster 3, dat zijn scholen en diensten voor de zeer moeilijk lerende kinderen en de lichamelijk gehandicapte kinderen, te maken krijgen met zeer grote beperkingen van middelen en mogelijkheden als het gaat om het geven van een verstandig en verantwoord advies over schoolkeuze aan ouders en kinderen.

Het meest schrijnende voorbeeld is wel het verkiezen van de Sociale redzaamheidsschaal (SRZ) als middel om te bepalen of een verstandelijk gehandicapt kind in aanmerking komt voor het rugzakje: wanneer met veel moeite het kind enige zelfstandigheid is aangeleerd, vaak door langdurige training en met veel geduld, wanneer het zelf zijn tafeltje kan dekken en korte zinnetjes spreekt, het ook leuk vindt om een speeltje met anderen te delen en enige taakgerichtheid laat zien, dan valt de SRZ-score hoog uit en mag formeel geen rugzakje worden verstrekt! Dit werkt fraude met het invullen in de hand, want door te melden dat het kind deze vaardigheden nog niet heeft verworven is de score te beïnvloeden..

Dan is er ook nog de rigide eis om te voldoen aan een intelligentiecriterium. Het IQ moet op betrouwbare wijze worden vastgesteld, door een bevoegde diagnosticus. Is het IQ te hoog, dan is een rugzakje niet voor dit kind weggelegd. Er zijn wel afwijkingen van deze regel mogelijk, maar niet zonder heel veel administratieve rompslomp.
Elke bevoegde psychodiagnosticus weet (echter) dat een IQ nauwelijks op een betrouwbare wijze in een getal is te vangen. Daarom werden er jarenlang geen cijfers meer verstrekt, maar een fatsoenlijke uitleg van de betekenis van de scores op intelligentietests, die binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een schatting van de cognitieve mogelijkheden geven. Aan deze zorgvuldige praktijk komt nu een eind en we moeten weer een IQ plakken op kinderen die zich nog volop, maar op een soms afwijkende wijze ontwikkelen.
Door de keuze van het instrument vast te leggen wordt het expertoordeel van de bevoegde, wetenschappelijk opgeleide, diagnosticus aan banden gelegd en in een kwalijke richting gestuurd. Een maatregel die zich laat vergelijken met een eis van hogerhand aan artsen om voortaan hun stethoscoop niet meer te mogen gebruiken.

De Praktijk

Hoe gaat het nu in de praktijk? De loketten zijn bemand. Om een speciaal kind op een speciale school te mogen plaatsen of om extra hulp, bijvoorbeeld ambulante begeleiding, bij het onderwijzen van dit kind te krijgen moeten ouders zich melden bij een loket van een regionaal expertisecentrum, een nog pril samenwerkingsverband van speciale scholen in de regio. Dit samenwerkingsverband is ternauwernood voldoende gefaciliteerd om de ontvangst af te handelen. Ouders krijgen een folder waarin staat dat er criteria zijn die eerst vast moeten worden gesteld. Ook al is door vroege hulp op een kinderdagcentrum, een medisch kinderdagverblijf, door bemoeienis van een kinderarts of een kinderpsychiater al lang duidelijk dat het kind een speciale onderwijsbehoefte heeft, opnieuw moeten er onderzoeken worden gedaan die de gestandaardiseerde criteria opleveren. Aan de ervaren begeleiders en onderzoekers van het MKD moet worden uitgelegd dat hun onderzoek niet ‘deugt’ voor toelating, aan ervaren en geschoolde begeleiders van kinderen op dagcentra voor verstandelijk gehandicapte kinderen moet worden gevraagd om hun procedures te herzien, want de degelijke observaties en de verslagen die daarvan zijn gemaakt zijn niet meer in orde: ze geven geen getal! Dus ouders zitten met een probleem, een aapje op hun rug. Gelukkig hebben de REC’s zich verplicht om een inspanning te leveren en deze zware verantwoordelijkheid van de rug van de ouders af te nemen. Hoewel er nog geen partner was om mee te onderhandelen, immers de regionale expertisecentra zijn pas sinds augustus 2002 in staat om een rechtspersoon te worden, een volwaardig gesprekspartner voor een doordrammend ambtenarenapparaat, hebben de nietsvermoedende schooldirecties zich deze taak op laten leggen. Overigens om zeer begrijpelijke redenen: niemand wil diagnostiek op afstand! Het aapje zit nu dus op de rug van de scholen van het REC. Daar moeten de toelatingsonderzoeken plaats gaan vinden of de tijd die de school had voor deze reeds lang bestaande taak moet worden overgeheveld naar een centrale onderzoeksgroep (op afstand dus) van het REC.
Extra tijd heeft geen van de onderzoekers, schoolbegeleiders, orthopedagogen en psychologen gekregen. Wel extra werk, want het werk van de MKD’s, dagcentra, kinderartsen, en anderen moet worden overgedaan met recente onderzoeken en genormeerde instrumenten. Onbegrijpelijk, onverdedigbaar, maar noodzakelijk om te voorkomen dat het rugzakje onterecht wordt toegekend. Er is geen enkele onderzoeksvraag op het moment, maar er dient een dubieus criterium te worden vastgesteld.
En of dat nog niet genoeg is: ook alle reeds deelnemende leerlingen moeten worden geherindiceerd. Hiermee wordt feitelijk gesteld dat de scholen, met hun leerlingvolgsystemen, gecontroleerd door de inspecties en de orthopedagogen met hun tuchtrechtelijke controle door de beroepsverenigingen (NVO en NIP) hun werk niet goed hebben gedaan of niet te vertrouwen zijn. Men wil wel een bekwame onderzoeker, dat wil zeggen een geregistreerde orthopedagoog of psycholoog, die zijn beroepscode onderschrijft, maar men is niet bereid op zijn of haar oordeel te vertrouwen! Persoonlijk kan ik dat niet anders dan als een belediging opvatten.

Het aapje maakt een sprongetje

Het aapje zit nu dus op de rug van de pedagogen en psychologen. Die staan voor een onmogelijke taak om binnen de tijd, die moeizaam door scholen is ingeruimd voor toelating en begeleiding van leerlingen, contacten met ouders, coachen en counselen van leerkrachten, kortom binnen schaarse tijd om optimaal te begeleiden ten behoeve van de ontwikkeling van het kind, al hun werk over te doen. En dat niet éénmalig, maar elk jaar opnieuw! Hierdoor blijft er voor de broodnodige handelingsgerichte diagnostiek en de daaruit voortvloeiende begeleiding geen tijd over! Het aapje komt dus uiteindelijk bij de leerling en de leerkracht terecht, die hun begeleiding moeten missen.

Voorbeeld

Om een voorbeeld te noemen: in mijn REC (REaCtys, cluster 3, midden Nederland) moeten op jaarbasis 1400 tot 2000 leerlingen worden geïndiceerd of geherindiceerd door ongeveer 8 (in formatieplaatsen uitgedrukt) psychologen en orthopedagogen. De beroepsgroep geeft bij haar richtlijnen aan dat voor een zorgvuldige indicatie ongeveer 7,5 uren nodig is. Veel scholen proberen daar al creatieve, tijdsbesparende oplossingen op uit om toch tijd over te houden voor het andere, veel belangrijker werk. Een flits-indicatie door een freelancer levert doorgaans naast het behalen van de criteria meer vragen en zelfs schade op dan de door de beroepsgroepen in hun richtlijnen voorgestelde procedure. Jammer dat er scholen zijn die, met hun rug tegen de muur, het oplossen van deze onderzoekslast als een uitdaging zien en met hun oplossingen mee helpen om aan te tonen dat de op besparing en controle gerichte ambtenaren een haalbaar alternatief hebben ontworpen. Het aapje springt van de een naar de ander.

Ik zal nog een voorbeeld geven: voor een ééneiige tweeling moest ik de gegevens in orde maken. Het ene meisje had volgens een recent onderzoek een IQ van 59, het andere een IQ van 60. Ik heb sterk het vermoeden dat de vorm van de dag bij de onderzoeker, een iets coulantere berekening, een iets strengere beoordeling, een bemoedigend kuchje of iets van dien aard verantwoordelijk is voor dit minimale verschil. Meisje één mocht zich melden voor een rugzakje. Voor meisje twee werd de bal teruggespeeld naar de onderzoeker met de opmerking, "u dient een bijkomende stoornis of beperking aan te tonen”. Hoe zal er in de toekomst door en voor belanghebbenden gehandeld worden? Zal er met gegevens worden gemanipuleerd?
Ik hoop vurig dat in Den Haag het signaal zal doorklinken dat we op een erg verkeerde weg zijn met deze rigide regelgeving. Er zijn heus alternatieven voor een goede controle op de toelating tot het speciale onderwijs of tot ambulante zorg vanuit een expertisecentrum. Zo lang we deze nog niet hebben uitgewerkt, moet er geen aapje worden binnen gehaald dat geldverslindend, beledigend voor de ervaren en goed opgeleide werkers in het veld, van rug tot rug springt in de mislijdende vermomming van een rugzakje.

Drs. D.J. Woudenberg, orthopedagoog NVO

Werkzaam in cluster 3 als orthopedagoog aan een zmlk-school, in het Praktijkonderwijs en het VMBO als orthopedagoog, aan het Seminarium voor Orthopedagogiek als docent en onderzoeker.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests