Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie Bedenkelijke theorie Racistisch onderwijs? Racistisch onderwijs? Inge Versteegt Onschendbaarheid docenten
Reactie Koops & reactie Versteegt Reactie Koops & reactie Versteegt De Volkskrant Debat over racisme Brief Tellegen Misleidend onderwijs
Standpunt College van Bestuur Universiteit Utrecht College van Bestuur UU Rushton & Kalma aan het woord Rushton & Kalma Ras is biologisch nonsens concept Ras is biologisch nonsens concept
Zwakzinnig Afrika Zwakzinnig Afrika Domme neger is taboe Domme neger is taboe Onderzoek UU afgerond Onderzoek UU afgerond
Brief dr. A. Kalma Brief dr. A. Kalma Ras en IQ Ras en IQ Ras, rede en racisme Ras, rede en racisme

In 2003 is door de studente Inge Versteegt een klacht ingediend over de wijze waarop een docent van de Universiteit Utrecht de theorie van Rushton, aangaande verschillen in intelligentie tussen rassen, in het onderwijs heeft behandeld.
Het artikel uit de Volkskrant van 15 oktober geeft een overzicht van de gang van zaken.

Website Universiteit Utrecht
20-02-2004

Onderzoek klacht studente psychologie afgerond

Begin januari heeft het college van bestuur van de Universiteit Utrecht een ad hoc commissie ingesteld met het verzoek binnen twee maanden een advies uit te brengen over twee klachten van een studente psychologie. De klachten betroffen de behandeling door een docent van een bepaalde theorie tijdens een college en de wijze waarop de klacht door de faculteit is behandeld. De theorie gaat over IQ-verschillen tussen rassen. De commissie heeft op 20 februari advies uitgebracht. Het college van bestuur sluit zich aan bij de conclusie van de commissie die luidt dat - ondanks goede bedoelingen van betrokkenen - beide klachten gegrond zijn. Het college heeft de studente hierover geïnformeerd.


De commissie is van mening dat studenten tijdens en na hun afstuderen geconfronteerd worden met theorieën en werkwijzen die afkomstig zijn van verschillende bronnen. Zij moeten, aldus de commissie, geleerd hebben deze theorieën en werkwijzen op hun waarde, reikwijdte en gevolgen te kunnen en te willen beoordelen. Dit is een wezenlijk element van academische vorming. Theorieën, zeker controversiële, moeten van voldoende context worden voorzien. De commissie werkt deze context uit in een didactisch-wetenschappelijke en een didactisch-maatschappelijke context. Naar de mening van de commissie heeft de docent in het bewuste geval - ondanks goede bedoelingen - deze context onvoldoende gegeven.
Wat betreft de afhandeling van de klacht stelt de commissie dat de vigerende klachtenprocedure onvoldoende is toegesneden op de klacht zoals in deze situatie. Dat heeft ertoe bijgedragen dat - wederom ondanks de goede bedoeling van betrokkenen - de klacht niet op een goede manier is afgerond.
De commissie komt tot de conclusies mede op basis van gesprekken met direct betrokkenen bij de klacht, met uitzondering van de docent die niet meer in dienst is van de universiteit, in het buitenland verkeert en niet bereikbaar bleek. Op herhaalde pogingen tot contact vanuit de commissie is geen respons gekomen van de docent.
Het college van bestuur sluit zich aan bij de conclusies van de commissie. Omdat de docent niet meer werkt bij de universiteit en de bewuste cursus na zijn vertrek niet meer wordt gegeven, is er geen vervolg nodig voor het onderwijs waarop de klacht betrekking had. Het college zal de klachtenprocedure laten aanpassen zodanig dat de procedure expliciet voorziet in een goede afhandeling van dit type klachten.
Tenslotte zal het college de uitwerking die de commissie gegeven heeft aan het begrip ' van context voorzien' binnen de universiteit verspreiden om de universitaire gemeenschap te wijzen op de begrippen didactisch-wetenschappelijke en een didactisch-maatschappelijke context als onderdeel van academische vorming.

Samenstelling en opdracht commissie
De ad hoc commissie bestond uit prof.dr. B. de Gaay Fortman (voorzitter van de commissie, hoogleraar politieke economie van de rechten van de mens, Universiteit Utrecht), prof.dr. A. Pilot (hoogleraar en directeur Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden, Universiteit Utrecht) en prof.dr. P.J.D. Drenth (emeritus hoogleraar psychodiagnostiek en arbeids- en organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit en oud President KNAW). De opdracht aan de commissie was tweeledig, namelijk: - Op basis van het dossier en op basis van gesprekken met personen die de commissie nodig acht, een oordeel te vellen over de wijze waarop in het college de bewuste theorie aan bod is gekomen en of hierbij de theorie voldoende van context is voorzien.
- Op basis van het dossier en op basis van gesprekken met personen die de commissie nodig acht, een oordeel te vellen over de wijze waarop de faculteit de klacht heeft behandeld.

Bijlage: Rapport Klacht onderwijs Sociale Wetenschappen.pdf

Reactie van Inge Versteegt
op het rapport van de commissie De Gaay Fortman

Met grote opluchting heb ik kennis genomen van het rapport van de commissie de Gaay Fortman.
Na een zeer grondige bestudering van alle relevante documenten hebben de commissieleden vanuit hun expertise een weloverwogen en inhoudelijk oordeel gegeven.

Gezien de conclusies van het rapport staat nu vast, dat controversiële theorieën zoals die van Rushton, zullen moeten worden voorzien van de noodzakelijke didactisch-wetenschappelijke en didactisch-maatschappelijke context wanneer zij in het academisch onderwijs worden behandeld. Ik schaar mij dan ook volledig achter de inhoud en de conclusies van het rapport.

Ik ben blij dat deze kwestie alsnog intern opgelost is. Ik ga ervan uit dat het rapport en de door de commissie verstrekte aanbevelingen een positieve invloed zullen hebben op zowel de klachtenregelingen aan de UU, als op didactisch verantwoord wetenschappelijk onderwijs.

Daarbij wil ik nog aantekenen dat de docent, dr. Kalma door het openbaar worden van de klacht (die door de vastlopende procedure openbaar werd) mijns inziens te zwaar heeft moeten boeten. Ik heb het steeds betreurd dat zijn naam in de media kwam door problemen met de klachtenprocedure, en wil hier nogmaals benadrukken dat hij een fantastisch docent was, die niet dient te worden afgerekend op deze ene vergissing.
De klacht betrof slechts de behandelwijze van deze theorie, en niet zijn functioneren als zodanig.

Deze slepende zaak heeft ook op mij af en toe een zware wissel getrokken, en ik zou graag mijn bijzondere dank uitspreken aan dr. A. van der Lugt, dr. P.Tellegen en dr. M. Roede voor hun inhoudelijke en morele steun.
Tenslotte zou ik de commissieleden, prof.dr.mr. De Gaay Fortman, prof.dr. Drenth en prof.dr. Pilot willen bedanken dat zij zo uitgebreid de tijd hebben genomen om met me te praten, en dat zij zo uitvoerig op alle aspecten van de zaak zijn ingegaan.

Hiermee verklaar ik dat de kwestie rond de behandelwijze van Rushtons theorie in het Utrechts academisch onderwijs wat mij betreft is afgesloten, en dat ik mij, evenals het College van Bestuur, volledig aansluit bij het advies van de commissie.


Inge Versteegt, 20 februari 2004

Meer informatie is te vinden op de dicussiepagina van het LBR (Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie)
En op de website van de Utrechtse Universiteitskrant (zoek in ‘Archief’ naar Rushton).


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests