De Volkskrant, 12 april 2003

De test is te slim

De meest gebruikte intelligentietests onderschatten de kandidaten, zeggen critici. Door alle ophef is de nieuwe IQ-test voor kinderen zelfs al van de markt gehaald. Onterecht gehakketak, vinden de makers.

Door René Didde

Opschudding in IQ-land. Vorige week haalde uitgever NDC een herziene versie van een populaire intelligentietest voor kinderen van de markt, de zogeheten Wechsler Intelligence Scale for Childern (WISC-III). Ook de intelligentietest voor volwassenen, de Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS-III) ligt onder vuur. Uitgever Swets haalt die test echter niet van de markt.
Er zijn verschillende bezwaren tegen de tests geuit. Het meest omstreden lijkt de samenstelling van de normgroep waarmee de testresultaten worden vergeleken. Die zou in de WISC-III teveel havo- en vwo-leerlingen bevatten, waardoor de IQ-score van kinderen te laag uitvalt, ongeveer drie IQ-punten. Dergelijke afwijking zou de schoolkeuze van een kind negatief kunnen beïnvloeden. Het verschil tussen een havo-scholier en mavo-scholier is circa negen IQ-punten.
De Groningse emeritus-hoogleraar psychologie prof. dr. Wim Hofstee, voorzitter van een onafhankelijke commissie van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) die de intelligentietests onderzoekt, onderschrijft de kritiek deels. Maar noemt het terugtrekken van de test niettemin ‘voorbarig’. Hofstee: ‘Wij zouden dat niet adviseren, want we zijn nog in procedure.’

Intussen blijven de circa achttienhonderd gebruikers, meest psychologen verbonden aan onderwijsinstellingen, gezondheidszorg en particuliere bureaus, in verwarring achter. Ze hebben de herziene IQ-test voor 925 euro aangeschaft, maar zij weten niet of Hofstees commissie in haar definitieve oordeel de test afkeurt of dat er alleen enkele aanpassingen nodig zijn.
De kinder-intelligentietest WISC-III, genoemd naar de psycholoog David Wechsler, bestaat uit dertien onderdelen waarmee onder meer verbale intelligentie en ruimtelijk inzicht van kinderen tussen de zes en zeventien jaar wordt gemeten. De test geeft inzicht in de woordenschat en bijvoorbeeld de mate waarin een kind met behulp van blokken een bepaald patroon herkent. Doordat de test individueel door een psycholoog wordt afgenomen, leveren diens observaties extra inzicht in de manier waarop het kind het probleem aanpakt.

De uiteindelijke score van de test is het beroemde IQ-getal. De test is gebaseerd op de prestaties van een zogeheten normgroep, die bestaat uit een representatieve steekproef van leeftijdsgenoten. Hun score is op honderd punten gesteld. Een kind dat hoger dan 130 punten scoort, geldt als zeer begaafd, wie lager dan 70 punten haalt, zou licht zwakzinnig kunnen zijn.
Om meerdere redenen moet een test van tijd tot tijd worden aangepast. Soms gaat het om vragen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, waarbij een ogenschijnlijke fout toch briljant kan zijn. Zoals de vraag `wat zijn de vier jaargetijden´, waarop een wijsneus niet `lente, zomer, herfst en winter´ antwoordt, maar `een klassiek muziekstuk’.
Daarbij komt dat grofweg elke tien jaar het gemiddelde IQ ongeveer drie punten stijgt, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Dat komt door beter onderwijs, hoger opleidingsniveau, betere voeding en verzorging en vooral meer toegang tot informatie, zeggen psychologen.
Ook moet gedateerde informatie in de test worden vervangen. De laatste versie van WISC stamt uit 1986. ‘Daarin staat een afbeelding van een telefoontoestel met draaischijf en snoer. In het draadloze mobiele tijdperk van nu herkennen kinderen dat plaatje nog maar nauwelijks als een telefoontoestel’, zegt dr. Peter Tellegen, psycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Ook afbeeldingen van kleding die uit de mode is, guldens, en archaïsch taalgebruik zijn daarom in de herziene versie vervangen. Voor kinderen en volwassenen uit andere culturen bestaan speciale non-verbale tests, die ook aanpassing behoeven.

Bij zo´n herziening moet een nieuwe representatieve normgroep worden getest. ‘En dat is dus goed fout gegaan’, zegt Tellegen, die zowel gebreken in de normgroep bij de kinderen als bij de volwassen aan de kaak stelde. ‘Bij de WAIS-III-test was het opleidingsniveau van volwassenen en bejaarden te hoog. En toch stellen de auteurs ijskoud dat de normgroep representatief is.’
Hij vindt ook dat te rigide leeftijdintervallen worden gehanteerd. ‘Een 6-jarig kind kan op de eerste dag van zijn tweede kwartaal zomaar acht IQ-punten lager scoren dan op de laatste dag van zijn eerste kwartaal.’ Er bestaan, zegt Tellegen, allang wiskundige modellen die leeftijdgerelateerde scores op vloeiende wijze weergeven. ‘Ik heb uitgevers en auteurs deze en andere verbeterpunten regelmatig onder de aandacht gebracht, maar ze bekommeren zich er niet om. Kennelijk interesseert het ze niet.’
Volgens Hofstee, die de kritiek op de IQ-test onderzoekt, is een verschil van drie of vijf IQ-punten ‘niet dramatisch’. ‘Uitgedrukt in rapportcijfers komt het neer op het verschil tussen een zeven en een zeven-plus.”
Dat lijkt inderdaad niet schokkend, maar dat ligt anders bij het verschil tussen een 5,5 en een 6-, zoals vele examenkandidaten aan den lijve ondervinden. ‘Tja’, zegt Hofstee, ‘bij grensgevallen moet je een tweede test afnemen. Dat gebeurt soms niet uit financiële overwegingen. Ik vind dat schadelijk, want een fatsoenlijke bejegening van het kind of een sollicitant is in het geding.’

De IQ-score moet volgens Hofstee vooral niet te absoluut worden genomen. ‘Buitenstaanders en bureaucraten ontlenen ten onrechte te veel houvast aan de test. Afgenomen op een ander momenten kunnen alle intelligentietesten zomaar tien punten verschil opleveren. Nederlandse kinderen scoren veel halve puntjes doordat ze de klok hebben horen luiden en zich er dan een eind uitkletsen. Dat kan een maand later anders uitpakken.’
Ook andere kritiekpunten, zoals het nog ontbreken van een technisch rapport bij de test, of het dat in de handleiding psychometrische gegevens ontbreken, doet Hofstee af als ‘gehakketak’. Hofstee: ‘Ik verwacht niet dat de commissie spectaculair door de bocht zal gaan.’

Van een betrekkelijke afstand beziet de éminence grise van de Nederlandse intelligentietesten, prof. dr. Pieter Drenth, het gekrakeel. Psychologische metingen als een IQ moeten met de nodige marges worden omgegeven, vindt ook psycholoog Drenth. ‘Leerkrachten en werkgevers moeten geen overdreven waarde hechten aan een absolute IQ-score, maar hun beslissingen ook baseren op andere observaties.
‘Psychologie werkt met minder betrouwbare metingen dan de fysica, waar water nu eenmaal bij honderd graden Celsius kookt. Ik val niet achterover een marge van drie IQ-punten.’
Wat niet wegneemt dat fouten in de normgroep of statistische omissies in de verdeling moeten worden hersteld, aldus Drenth. ‘Met een kunstgreep als een correctiefactor moet dat mogelijk zijn.’

Het conflict in IQ-land wordt mede ingegeven doordat de ontwikkeling van een nieuwe versie van een test zich, anders dan tien jaar geleden nog maar nauwelijks op de universiteiten afspeelt. Groningen kent in de persoon van Tellegen zijn SON-test (Snijders-Oomen-nonverbale-test) en de VU in Amsterdam koestert zijn Rakit-methode (Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentie Test).
De populaire WISC- en WAIS-tests zijn in commerciële handen overgegaan. ‘Het zou kunnen meespelen dat daardoor geen geld en tijd beschikbaar is voor degelijke normtest, want dat is een hell of a job’, oppert Drenth. ‘Vroeger was daar een promovendus twee jaar mee bezig, maar aan de universiteiten is door bezuinigingen de interesse daarvoor tanende. Ook doordat dit onderzoek nauwelijks nog als grensverleggend wordt gezien.’
Opmerkelijk genoeg is Tellegen nu nog met de SON-test verbonden aan uitgeverij Swets die ook de WAIS-test uitgeeft. De uitgeverij is verbolgen over Tellegens kritiek, die hoe dan ook tot fikse imagoschade voor de intelligentietesten leidt. ‘Wij betreuren het ten zeerste dat de heer Tellegen een brug is over gegaan, van wetenschappelijk-inhoudelijke commentaren naar een vorm van tendentieuze journalistiek.’

IQ op het web

Diverse websites tonen een aardig beeld van de hoogoplopende commotie en wederzijdse verwijten tussen uitgevers en auteurs over IQ-tests WISC-III (kinderen) en WAIS-III (volwassenen).

De kritiek van en repliek op de Groningse psycholoog Peter Tellegen staat op www.testresearch.nl.

Uitgever Swets (WAIS-III) reageert op www.swetstest.nl (doorklikken via `gezondheidszorg´).

Uitgever NDC (WISC-III) antwoordt via www.psynip.nl (doorklikken via `dienstencentrum´).


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests