Terug naar Archief index.


Dagblad van het Noorden, 17 januari 2003

Scholier kiest vaak te hoge opleiding

Helft kinderen gaat na basisschool naar havo of vwo

Door Michel Brandsma

Steeds meer kinderen komen in de problemen op de middelbare school. Ze kiezen een te hoge opleiding, zodat ze na een paar jaar alsnog terugmoeten naar een lager niveau. Dat zegt onderwijspsycholoog dr. Henk van Dijk uit Winsum vandaag in de onderwijsbijlage in Dagblad van het Noorden.
Van Dijk constateert een sterke toename van het aantal middelbare scholieren dat het niet redt doordat de opleiding te moeilijk is. Hij noemt het verschrikkelijk als kinderen niet kunnen meekomen terwijl ze wel hun best doen. Faalangst en gebrek aan motivatie kunnen het gevolg zijn.
Volgens de onderwijspsycholoog ontstaat het probleem vooral doordat de basisscholen steeds hogere adviezen geven en de ouders alsmaar hogere eisen stellen. "Vmbo is niet goed genoeg, het moet minimaal havo zijn."

Tien jaar geleden stroomde één op de drie scholieren door naar havo en vwo, nu is dat al de helft.
Van Dijk verwijt de basisscholen dat ze de uitkomsten van de Cito-toets manipuleren om hogere scores te bewerkstelligen. Kinderen oefenen de toets, en de resultaten van de zwakste leerlingen worden soms niet meegenomen.
De scholen willen hogere scores omdat zij door de Onderwijsinspectie worden beoordeeld op de uitkomst van de Cito-toets. Van Dijk vindt dat de inspectie de toets oneigenlijk gebruikt. Ook PvdA-lijsttrekker Wouter Bos zei deze week dat de inspectie de toets niet langer moet gebruiken om scholen te beoordelen.
Van Dijk benadrukt dat niet iedereen naar havo of vwo kan. Hij vindt dat het vmbo meer aanzien moet krijgen. "Ouders moeten hun waardering laten blijken voor een kind dat naar het vmbo gaat, daarna de mts doet en vervolgens een mooi vak leert."

Hoog, hoger, hoogst

Steeds meer kinderen gaan vanaf de basisschool naar havo of vwo. Tien jaar geleden stroomde één op de drie scholieren door naar deze opleidingen, nu is dat al de helft. Is de jeugd slimmer geworden?
Nee, zegt onderwijspsycholoog dr. Henk van Dijk uit Winsum. Het zijn de basisscholen die steeds hogere adviezen geven en de ouders die alsmaar hogere eisen stellen. Ze zetten de kinderen onder druk, met alle gevolgen van dien.
Bijna dertig jaar adviseert Henk van Dijk over school- en beroepskeuzes. Hij heeft in die lange periode een belangrijke verschuiving gezien in de manier waarop keuzes tot stand komen.
"Ouders vinden de opleiding van hun kinderen tegenwoordig belangrijker dan vroeger. Daarom oefenen ze steeds meer druk uit op de school. Ze willen een zo hoog mogelijke vervolgopleiding voor hun kind. Als het advies vmbo luidt, zeggen de ouders: 'mijn kind moet minstens havo kunnen'. Scholen bezwijken vaak onder die druk."

Voor de scholieren kan dat volgens Van Dijk tamelijk rampzalige gevolgen hebben. "Het is verschrikkelijk als je niet mee kunt komen terwijl je wel je best doet. Een zekere mate van druk is helemaal niet erg. Kinderen hebben de neiging om zich aan te passen aan het gemiddelde van de groep. Daarom hebben ze wel een beetje pressie nodig om beter te presteren. Maar het moet niet onnatuurlijk worden. Als ze het niveau niet aankunnen, verliezen ze alle plezier in het leren. Na een paar jaar worden ze alsnog teruggezet, maar dan lukt het op een lager niveau soms ook niet meer. Ze zijn gedemotiveerd geraakt of hebben faalangst ontwikkeld."
Doordat steeds meer kinderen te hoog grijpen op de middelbare school, is het aantal 'afstromers' volgens Van Dijk duidelijk toegenomen. Afstromers zijn scholieren die in de tweede of derde klas van havo of vwo alsnog terug moeten naar een lagere opleiding.

Niet alleen de ouders voeren de druk op, ook de basisscholen werken er volgens Van Dijk aan mee, zij het soms tegen wil en dank. "In groep acht van de basisschool worden de kinderen getest met de Cito-toets. Sinds de Onderwijsinspectie deze toets ook gebruikt om de kwaliteit van de basisscholen te beoordelen, gaat de score in sommige regio's elk jaar gemiddeld met één punt omhoog. Dat gebeurt vooral in regio's die vroeger achterop bleven. Scholen weten dat ze worden beoordeeld op de toetsresultaten. Ze laten de kinderen van te voren oefenen om het niveau op te krikken. Ook zijn er scholen die de zwakste leerlingen gewoon geen Cito-toets afnemen. Het wordt ontkend, maar het gebeurt. 'Jij hoeft geen toets te doen hoor', wordt er dan gezegd tegen zo'n kind."

Van Dijk stoort zich aan het oneigenlijk gebruik van de testresultaten. "De Cito-toets is niet bedoeld om scholen te beoordelen, en ook niet om kinderen te selecteren. De score is een hulpmiddel. De Cito-toets meet alleen het kennisniveau, maar intelligentie en interesse spelen ook een grote rol. Bovendien is de motivatie van zowel ouders als kinderen heel belangrijk. Dat moet je allemaal meewegen om een goed advies te kunnen geven."
Van Dijk is voorstander van een dubbele toets: één keer in groep acht van de basisschool, en één keer in de eerste klas van het voortgezet onderwijs. Die tweede toets is vooral bedoeld om te controleren of het kind inderdaad naar de juiste school is gegaan. "Er zijn steeds meer scholen die op deze manier werken. Als het nodig is, kunnen ze in een vroeg stadium corrigeren. Daardoor hebben ze veel minder afstromers in het tweede of derde jaar."

Om de brugklassers in het voortgezet onderwijs te testen, gebruikt een aantal scholen al de Givo-toets. Givo staat voor 'Groninger Intelligentietest voor het Voortgezet Onderwijs'. Van Dijk heeft deze toets zelf ontwikkeld en is er zeven jaar geleden op gepromoveerd. "Op de basisschool meet je wat een kind tot nu toe heeft geleerd, in de brugklas meet je wat een kind nog zou kúnnen leren."
Doordat middelbare scholieren een levensfase doormaken waarin heel veel verandert, blijft de uitkomst van de Givo-toets slechts een paar jaar geldig, benadrukt Van Dijk. "Je zegt tegen een kind: 'op dit moment is het vmbo voor jou de beste keuze'. Kinderen worden ouder, rustiger, krijgen lol in het leren. Er zijn legio voorbeelden van leerlingen die op het vmbo beginnen, maar die later alsnog de havo kunnen doen."

Maar ook als het opstapje naar een hoger niveau er niet in zit, hoeft dat volgens Van Dijk geen ramp te zijn. "Het begint met waardering voor iedereen. Alle kinderen moeten dezelfde kansen krijgen om zich te ontwikkelen, maar ze hebben nu eenmaal niet allemaal dezelfde mogelijkheden. Het vermogen om vwo te doen is een gave; dat kun je niet eisen of afdwingen. Er is niets mis met een scholier die naar het vmbo gaat, vervolgens de mts doet en uiteindelijk een mooi vak leert. Dat is juist prima, maar dan moet je wel laten merken dat daar waardering voor is."


to top to top to top to top

Terug naar Archief index. homepage T&T homepage SON-tests