SON-R Overzicht SON-R Overzicht SON-R 2.5-7 SON-R 2.5-7 SON-R 6-40 SON-R 6-40 Computerprogramma SON-test Computerprogramma SON-test

Foto impressies Symposium 60 jaar SON tests Foto's Symposium 60 jaar SON tests Boekbespreking Tussen Traditie en Vernieuwing Bespreking, Tussen Traditie en Vernieuwing
Bespreking van het Symposium in de Psycholoog, april 2004 Bespreking van het Symposium Boom test uitgevers Tussen Traditie en Vernieuwing bestellen bij Boom
Indruk van het boek, Tussen Traditie en Vernieuwing Indruk boek, Tussen Traditie en Vernieuwing terug naar Archief terug naar Archief


De Psycholoog, april 2004

Diagnostiek versus selectie: misverstanden en misstanden in testgebruik
Zestig jaar SON-tests, symposium,Utrecht

Matthijs Conradi

Een verjaardag is er om uitgebreid te vieren. Zeker als de jarige, ondanks zijn gevorderde leeftijd, een kwieke verschijning is die nog grote plannen voor de toekomst heeft. De jubilaris in kwestie is hier de Snijders-Oomen Niet-verbale intelligentietest, oftewel de SON-test. Deze oorspronkelijk door Nan Snijders-Oomen en Jan Snijders ontwikkelde test werd voor het eerst uitgegeven in 1943 en vierde vorig jaar zijn zestigjarig bestaan. Daarmee is de SON de oudste nog in gebruik zijnde test in Nederland. Ter gelegenheid van dit jubileum werd op 26 november 2003 in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht een symposium georganiseerd door het Archief en Documentatiecentrum Nederlandse Psychologie (ADNP) in samenwerking met het SON-fonds en Boom test uitgevers. Het rijke verleden, de soms weerbarstige praktijk in het heden en de, naar het zich laat aanzien, florissante toekomst van de verschillende versies van de test kwamen in al zijn facetten naar voren in de lezingen, op de overzichtstentoonstelling en bij de stands van de nieuwe uitgevers.

Behalve het zestigjarig bestaan viel er namelijk nog iets te vieren in Utrecht: de SON-test is vorig jaar van uitgever gewisseld. Het Duitse Hogrefe-Verlag, een van de grootste test uitgevers ter wereld, geeft sinds oktober de test internationaal uit (de distributie in Nederland wordt verzorgd door Boom test uitgevers). Dit sluit nauw aan bij de ambities die de testontwikkelaars hebben: binnen een jaar of vijf zal de SON-E 6-60 moeten verschijnen, een Europees genormeerde intelligentietest die niet alleen geschikt is voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Maar dat is nog toekomstmuziek.

De huidige populariteit van de SON-test bleek uit het feit dat ruim tweehonderd bezoekers, waarvan het merendeel mensen uit de praktijk, acte de présence gaven op het symposium. Allen kregen het boek Tussen traditie en vernieuwing. Zestig jaar SON-tests, dat speciaal voor dit jubileum werd geschreven, uitgereikt [zie voor een recensie De Psycholoog van maart 2004]. Peter van Drunen, historicus van de psychologie en auteur van het boek, was tevens de eerste spreker van de middag. Hij gaf een overzicht van de rijke historie van de SON-test. De SON-test heeft meerdere edities gekend. Na de eerste versie uit 1943, die speciaal voor dove kinderen was bedoeld, is de test drastisch herzien in 1958 en ook genormeerd voor horenden. In 1975 kwamen er twee geheel verschillende versies van de test uit: een voor de leeftijdscategorie 2.5-7 (ook wel Kleuter-SON genoemd) en de ander voor 7-17 jaar (Starren-SON). Deze twee werden in respectievelijk 1998 en 1988 weer gereviseerd tot de SON-R 2.5-7 en de SON-R 5.5-17 – tests die vandaag de dag veelvuldig gebruikt worden in de praktijk. Deze praktijk spitst zich, vanwege het non-verbale karakter van de test, vooral toe op kinderen met communicatieproblemen. Dit kunnen dove kinderen zijn, maar ook kinderen met andere stoornissen (zoals autisme), of allochtone kinderen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, zo bleek uit de verhalen van Cinta de Bats en Marion Diependaal. Beiden gebruiken de test in de praktijk en vertelden over hun ervaringen met de SON.

De ervaringen van De Bats, werkzaam bij Curium De Vlier (landelijk centrum voor doven-kinderpsychiatrie), met de SON-test zijn tweeledig. In de jaren tachtig zat zij als psycholoog uit de doven- en slechthorendenpraktijk in de researchgroep die werkte aan de revisie van de SON. Tegenwoordig gebruikt ze de SON-R zelf als onderdeel van het psychologisch onderzoek dat zij doet bij de dove en slechthorende kinderen – met vaak ernstige psychiatrische problematiek – in Curium De Vlier. Door deze dubbelrol kent ze zowel de sterke als de zwakke punten van de SON-test. Het grote voordeel van de SON-test is volgens haar dat deze als enige gestandaardiseerd en genormeerd is voor dove kinderen. Verder zorgen de structuur en afwisseling van de test ervoor dat deze bij autistische kinderen en kinderen met ADHD ook goed af te nemen is. Door de feedback en duidelijkheid is de SON-test niet bedreigend en kan een kind werkelijk laten zien wat het kan, iets waar de ruime tijdslimieten van de items ook aan bijdragen. Traagheid wordt nauwelijks bestraft, wat echter als minpunt heeft dat overijverige, maar niet zo intelligente kinderen overschat kunnen worden. Nadelen van de SON-test zijn volgens De Bats dat er alleen naar de totale intelligentie wordt gekeken en de interpretatie veel ervaring vraagt. Toch is de SON-R onmisbaar voor het testen van de specifieke populatie in de doven-kinderpsychiatrie. De grote affiniteit die het echtpaar Snijders had met de dovenwereld is nog altijd terug te vinden in de SON-R, die gerichtheid op de praktijk combineert met uitstekende psychometrische kwaliteiten. Emeritus hoogleraar persoonlijkheidspsychologie en voorzitter van het ADNP, Wim Hofstee, ging op de hem kenmerkende wijze nog wat dieper in op de psychometrische aspecten van de SON-tests. Hij besprak het normeringsmodel en de adaptieve testprocedure waar de SON gebruik van maakt, alvorens te eindigen met een interessante toekomstvisie op de intelligentiemeting. Hij voorzag een combinatie van persoonlijkheidseigenschappen met intelligentie om tot nieuwe typeringen te komen. Zo zou intelligentie in interactie met introversie tot diepzinnigheid kunnen leiden. En iemand die intelligentie met emotionele labiliteit combineert zou poëtisch kunnen zijn.

Terug naar de praktijk. Allochtone kinderen vormen een andere populatie waar de SON-tests zeer geschikt voor zijn, zoals Marion Diependaal, verbonden aan het Gemeentelijk Pedologisch Instituut in Amsterdam, toelichtte. Zij ziet veel allochtone kinderen met gedragsproblematiek en taalachterstand die niet te testen zijn met bijvoorbeeld de WISC-III en de RAKIT, vanwege de nadruk die deze tests leggen op verbale vaardigheden. De SON-R is hier eerste keus vanwege het non-verbale karakter van test en instructies. Ook is het een voordeel dat bij de testafname feedback, en bij jonge kinderen zelfs daadwerkelijke hulp, mag worden gegeven. Dit zorgt ervoor dat de kinderen niet gefrustreerd en gedemotiveerd raken en de testsituatie een natuurlijker verloop heeft. Diependaals ervaring is dat de testresultaten van de SON-R meestal goed overeenkomen met de indrukken die leerkrachten hebben van deze moeilijk testbare kinderen. De SON-R geeft door het niet-verbale karakter van de test een goede indicatie van de algemene intelligentie en het niveau van denken van allochtone kinderen met een taalachterstand. Want, zo stelde Diependaal: ‘De belangrijkste bron van partijdigheid in tests is kennis van de Nederlandse taal en cultuur.’

Een notie waar een van de huidige ontwikkelaars en projectleider van de SON, Peter Tellegen, zich helemaal in kon vinden. In een gedreven betoog stelde hij een aantal misstanden en misverstanden in het hedendaagse testgebruik aan de kaak. Illustratief is een e-mail die hij kreeg van bezorgde ouders wier kind niet toegelaten werd tot een school voor speciaal onderwijs, omdat het een IQ-punt tekort kwam op de SON-test. Waanzin volgens Tellegen, want in extreme gevallen kunnen er vooral bij jonge kinderen grote verschillen zitten tussen de testscores behaald op bijvoorbeeld de SON-R en de WPPSI-R. Deze verschillen kunnen soms oplopen tot tientallen punten – wat is dan de waarde van een schamel puntje? Verder is het een probleem dat bij een test als de WISC-III de normtabellen vrij arbitrair zijn opgedeeld in leeftijdsgroepen van vier maanden. Als een kind dan overgaat naar de volgende leeftijdscategorie, daalt zijn IQ. Tellegen rekende voor dat een kind met een IQ van 74 op deze manier een dag later een IQ van 66 kan hebben en dat kan, zoals we hebben gezien, verstrekkende gevolgen hebben voor de toelating tot instellingen die rigide criteria hanteren. De les die hieruit geleerd kan worden, is dat testscores niet verabsoluteerd moeten worden. Het zijn hulpmiddelen voor selectie, die in een bredere context bekeken dienen te worden. Tellegen stelt dat de SON-tests een zo nauwkeurig mogelijke meting bieden, maar dat de uitkomsten wel gerelativeerd moeten worden. Het belang van het kind staat te allen tijde voorop.

Een andere actuele kwestie die Tellegen op de korrel nam was de rel rond de theorie van Rushton die bij de Universiteit Utrecht in een college naar voren was gebracht. Deze theorie stelt dat Europeanen een gemiddeld IQ van 100 hebben, Aziaten 106 en Afrikanen 70. Hiermee wordt in feite beweerd dat de helft van de Afrikanen zwakzinnig is (ofwel: een IQ onder de 70 heeft). Een bewering die politiek niet correct, maar methodologisch ook onhoudbaar is. Aangezien de meeste intelligentietests op westerse leest zijn geschoeid, is kennis van de westerse talen en cultuur noodzakelijk om een redelijke testscore te behalen. Niet-talige tests als de SON-R zijn minder etnocentrisch in dit opzicht. Het hoofdpunt dat Tellegen in zijn betoog wilde maken is dat er een trend gaande is waarbij selectie belangrijker wordt geacht dan diagnostiek. Testscores worden rigide beoordeeld: één onbelangrijk IQ-punt kan een wereld van verschil uitmaken voor de toekomst van een kind. Dat terwijl tests als de SON-R juist bedoeld zijn als instrument om kinderen te helpen, aldus Tellegen.

Het symposium gaf door lezingen over praktijk, theorie en historie een rijkgeschakeerd beeld van het gebruik van intelligentietests. De algemene impressie die de middag achterliet was dat de persoonsgerichte diagnostiek van de SON-tests – geheel in de geest van Nan Snijders-Oomen – na zestig jaar nog altijd springlevend is.

Drs. M. Conradi is psycholoog en heeft een tekstbureau voor sociale wetenschappen, neurowetenschappen en ggz. Hij verzorgt tevens de rubriek nieuws in het wetenschapsdeel van De Psycholoog. E-mail: <m.conradi@home.nl>.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests